De oprichting van Opus, afdeling voor hoogbegaafde kinderen
Het onderwijs aan hoogbegaafden is op dit moment een hot item. Voor een deel ben ik daar mede ‘schuldig’ aan. Ergens rond 2005 heb ik heel hard geroepen dat ik een school voor hoogbegaafde kinderen ging oprichten. Het zou een particuliere school worden want er was op dat moment nog geen reguliere school bereid om klassen of afdelingen op te richten. Calculaties hadden mij allang duidelijk gemaakt dat het nooit een haalbare kaart ging worden. We kwamen op kosten van € 13.000,- per kind per jaar. Maar mijn uitspraak werd door de pers zeer serieus genomen en het bezorgde mij de nodige publiciteit. Ook gingen er onverwachte deuren open, zodat ik binnen de kortste keren bij de directeuren van het ministerie van Onderwijs mijn verhaal kon doen. Toen was hun reactie nog een schampere. Als ik mij maar aan alle wettelijke regels hield dan moest ik zelf maar zien of het ging lukken, maar zij vonden het een hopeloze zaak.
Twee jaar later zat ik er weer want er leek een deur op een kiertje te staan. Met de komst van de Iederwijs scholen was er een beetje ruimte gekomen binnen het regulier onderwijs voor alternatieven. Weer zat ik bij de directeuren, inmiddels andere dames, en besprak opnieuw de mogelijkheden maar dan binnen het reguliere onderwijs. Opnieuw was er niet erg veel enthousiasme, als ik een school kon vinden die zo gek was om dat met mij te organiseren, en we hielden ons aan alle wetten en regels, dan mocht het wat hen betreft. Maar extra financiering, daar hoefde ik echt niet op te rekenen.
Toen ik een paar maanden later een activiteitendag voor hoogbegaafde kinderen wilde organiseren liep ik het Olympus College in Arnhem binnen om te vragen of dat daar zou mogen. Dat mocht. In het gesprek liet ik ook vallen dat ik op zoek was naar een middelbare school die samen met mij een afdeling voor hoogbegaafde kinderen wilde starten. En ook daar had de conrector wel oren naar…
Met een aantal docenten samen vormden we in 2007 een werkgroep en kregen een jaar de tijd om voorbereidingen te treffen. Ik had inmiddels uitgelegd dat ik niet zelf het wiel uit had willen vinden maar contact had gezocht met een school in Detroit, Amerika, waar men al 60 jaar ervaring had met onderwijs aan hoogbegaafden. Deze school heette Roeper School en was bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 4 t/m 18 jaar. (Doordat Amerika een andere indeling aanhoud was mijn aandacht het meest gericht op de Middle School.) Ze was opgericht door en gecreëerd naar de filosofieën van Annemarie Roeper en haar man. Zij waren in de oorlog van Oostenrijk naar Amerika gevlucht en wilde iets doen om een herhaling van die gruwelijke oorlog te voorkomen. Daar is deze school uit voortgekomen. Ze hebben in hun leven aardig wat tegenslag gekend en veel van het materiaal dat Annemarie geschreven heeft is verloren gegaan, maar de intenties waren helder en duidelijk, binnen het abonnementsgedeelte vind je daar meer over. Helaas is Annemarie in 2012 overleden maar ik heb nog een aantal keren contact met haar gehad en ze was ontzettend blij dat er een ‘zuster-school’ in Nederland zou komen.



In 2008 zijn de conrector en het toekomstige afdelingshoofd bij Roeper School gaan kijken en kwamen de eerste leerlingen in een pilotgroepje naar Arnhem. In het schooljaar 2008-2009 begonnen we officieel. In maart 2009 kwam staatssecretaris Bijsterveldt een kijkje nemen op de afdeling en dat was de aanzet tot grote veranderingen binnen het hoogbegaafdenonderwijs. Er kwamen subsidies en scholen gingen plusklassen en speciale groepen oprichten. IB-ers gingen zich in grote getale bijscholen en het SLO pakte het onderwerp uitgebreider op en zorgde voor nieuwe lespakketten. We kregen in 2009 ook concurrentie van het Leonardo onderwijs dat op een niet zo nette wijze zijn stempel wilde drukken op het hoogbegaafden onderwijs. Die organisatie is enkele jaren later in opspraak geraakt.
In 2010 hebben we met 12 docenten een studiereis naar Roeper School gemaakt. Wat ik daar gezien heb heeft grote indruk op mij gemaakt. Het was een totaal andere stijl van onderwijs, een hele andere kijk op het kind en een hechte gemeenschap waarin ouders zeer actief waren. Ik initeerde gesprekken met de rector, de conrectors, de schoolpsycholoog en enkele docenten. De problematiek van de kinderen die nieuw op de school kwamen was niet heel anders dan bij onze kinderen. De aanpak daarvan wel, ze ging veel verder dan op binnen het Nederlandse onderwijs mogelijk is.
Tot mijn verbazing hoorde ik dat men regelmatig kinderen aan het eind van de dag naar huis moest sturen omdat de school ging sluiten! Vaak was dat pas rond een uur op zeven omdat ook de docenten zich erg betrokken voelen bij de school.
De lessen waren veel gelijkwaardiger, de docent was veel meer mentor dan iemand die de baas was in de klas. Leerlingen hadden een veel groter aandeel in de lessen. Er werden gezamenlijk projecten uitgewerkt, veel van het leren werd verpakt in expressievakken. Theorie en expressie waren veel meer met elkaar verweven. Binnen de strakke regels in Nederland kon heel veel niet van wat daar wel kon. Maar een deel van de sfeer en de mogelijkheden om met elkaar te verbinden hebben we op de afdeling wel weten te verwezenlijken.
In 2010 werd ik wegbezuinigd. Ik was natuurlijk een aanvullende kracht en geen docent. Daarbij had ik, al in de eerste paar maanden, de conrector ergens op aangesproken, wat zij mij niet in dank afnam. De spiegel was te fel geweest en toen de afdeling op zijn pootjes stond vond ze een nette manier om afscheid van mij te nemen. Daarna ben ik ook niet meer genoemd en hebben zij en het afdelingshoofd de credits naar zichzelf toegetrokken. Mij maakt dat niet uit. Mij ging het om iets in beweging te zetten en kinderen de mogelijkheid te bieden om een andere schooltijd te hebben dan dat ik zelf heb gehad. En dat is gelukt. Hoewel het lang niet zo ver ging als dat ik graag gewild zou hebben, was het voor de kinderen een hele andere tijd dan voor ons vroeger. Inmiddels is de afdeling verhuisd naar een andere school binnen Arnhem, het Lorentz Lyceum. Hoe het er nu aan toegaat weet ik allang niet meer, maar ze bestaat dus nog steeds en daar ben ik heel blij mee.

