Skip to main content Scroll Top

De 5 gaven van hoogbegaafdheid

De 5 gaven: Een hoge intelligentie

Tot zo’n 15 jaar geleden was de intelligentie het enige waar naar gekeken werd als men het had over hoogbegaafdheid. De intelligentie was de graadmeter om te bepalen of iemand hoogbegaafd was. Dat was niet zo verwonderlijk omdat de hoogbegaafden die toen bekend waren voornamelijk opvielen omdat zij heel goed konden studeren of een, meestal betagerichte, sterk ontwikkelde gave hadden. Zij waren degenen die opvielen. Dat de hele grote creatievelingen erg intelligent waren werd ook nog wel geaccepteerd. De rest viel gewoon niet echt op, er werd geen verband gelegd. Dat kwam mede omdat men de opvatting had ‘dat je jezelf alleen hoogbegaafd mocht noemen als je gedurende langere tijd hoge prestaties had geleverd’. Je moest het dus perse laten zien en perse uitblinken om het te kunnen en mogen zijn. Ik ga geen hele wetenschappelijke verhandeling houden over de vraag wat intelligentie precies is en of het wel meetbaar is.

Waar het mij om gaat is dat er kennelijk iets aan hoogbegaafden is dat maakt dat zij over een hoge intelligentie beschikken. Er is een verschil met niet-hoogbegaafden dat maakt dat wij iets kunnen wat zij niet kunnen. Dat is niet te leren en ook niet te verliezen. Je wordt er mee geboren en je neemt het je hele leven mee. Of je het tot het uiterste kunt benutten hangt helemaal van de omgeving af waarin je opgroeit, of je gestimuleerd wordt (wat iets anders is als pushen), hoe je persoonlijke ontwikkeling verloopt, wat je leerstijl is en welk aanbod aan kennis en ervaringen je krijgt.

Voor mij zijn de 2 kernpunten waar hoogbegaafdheid om draait, het op diepgaande wijze processen doorzien en het kunnen leggen van vergaande verbanden, zeker ook verbonden met de mate van intelligentie. Er is kennelijk een grens te leggen waarbij je dit wel of niet kan op de manier waarop hoogbegaafden dat doen. Het is geen geleidende schaal zoals men lange tijd vanuit de wetenschap uitdroeg, er is sprake van een breuklijn. Wanneer we intelligentietesten uitvoeren dan lijkt die breuklijn rond een score van 130 punten te liggen.
Er is geen wetenschappelijk vastgestelde grens voor deze breuklijn met daaraan een absoluut getal gekoppeld. Dat kan ook niet omdat het gebruik van de IQ-test om hoogbegaafdheid vast te stellen nog altijd niet onomstreden is. 130 is een algemeen gehanteerde en geaccepteerde grens maar is zeker niet absoluut. Het enige wat wat mij betreft duidelijk is, is dat er bij een bepaald niveau van intelligentie een breuklijn aanwezig is, waarbij je onder de lijn niet in staat bent dezelfde dingen te doen, te voelen en te denken, die je boven die breuklijn wel kan. Waarom dat zo is heeft voor mij te maken met het verschil in bewustzijn. Hoogbegaafden hebben een ander niveau van bewustzijn dan niet-hoogbegaafden. Om dat niveau van bewustzijn te kunnen hanteren, gebruiken, onderzoeken enz. hebben ze een hoge intelligentie nodig, net zo goed als een hoge creativiteit, een hoog niveau van doorzettingsvermogen en gevoeligheid.

error: Content is protected !!