Gedachtegangen, Blogs en Schrijfsels

Een druppel op een gloeiende plaat

Zonet heb ik naar de film ‘Hotel Rwanda’ gekeken. Als ik zo’n film gezien heb, ben ik altijd een uur heel stil en gaat er van alles door mijn hoofd. Op de één of andere manier schaam ik mij dan voor het feit dat ik onderdeel ben van deze mensheid. Bij ‘Dances with Wolves’ had ik dat ook en vroeger bij films over de Tweede Wereldoorlog. Op een gegeven moment ben ik gestopt om daarnaar te kijken, ik kon er niet meer tegen. Liever was ik dan iets anders geweest dat geen onderdeel uitmaakt van de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Maar ik ben niet iets anders en ik moet er mee leven dat ik onderdeel van de soort ‘mens’ ben. Een soort die maar al te vaak slecht voor elkaar zorgt en elkaar de gruwelijkste dingen aandoet. Vaak vanuit een schijnbaar volstrekte zinloosheid. In het klein of in het groot. Naar mijn idee kun je alleen de gruwelijkste dingen doen als je vol zit met frustratie, met welke oorzaak dan ook.

Ik heb dan ook altijd werk gedaan waarbij ik anderen heb geholpen, op verschillende manieren. Om ook iets te kunnen doen met deze gevoelens van onmacht en onrecht. Uiteindelijk ben ik na veel omzwervingen in de hulpverlening aan hoogbegaafden terecht gekomen. Slecht voor elkaar zorgen is daar zeker een issue. Want wie kijkt er werkelijk naar wat hoogbegaafde kinderen nodig hebben? Wie gaat er zitten met een hoogbegaafde die in een burn-out terecht is gekomen omdat hij of zij niet snapt waarom hij bijna geen opleiding heeft afgerond, van baan naar baan gaat en zichzelf helemaal klem heeft gezet door aanpassingsgedrag? Wie voelt zich verantwoordelijk voor het verhoogde percentage suïcide wat onder deze categorie mensen voorkomt?

Onlangs sprak ik met een docente en vertelde haar wat ik op scholen deed. Dat komt voor het grootste gedeelte neer op het in gang zetten van een bewustwordingsproces. Een proces waarbij de leerkrachten worden uitgedaagd uit hun vaste patronen te stappen en stil te staan bij wat er bij het kind gebeurt en wat het aangeeft nodig te hebben. ‘De deskundigheid zit in het kind’ zegt Martine Delfos in haar lezingen en ‘Wat wil dit kind mij zeggen’ is een gevleugelde uitspraak binnen het Montessorionderwijs. Dat geldt natuurlijk voor alle kinderen.

Ik vraag hen om hoogbegaafde kinderen het nut uit te leggen van wat zij moeten doen op school en in ieder vak afzonderlijk. En om het vak voor hen zinvol te maken. Ik vraag hen te proberen de redenatie van het kind te volgen, want vaak zijn ‘foute’ antwoorden helemaal niet zo fout, alleen begrijpen wij als volwassenen niet wat het kind bedoelt. Daar kunnen zij niets aan doen, wij zijn degenen die dan moeten weten hoe te handelen.

“Is dat dan geen onbegonnen werk, een druppel op een gloeiende plaat?” vroeg de docente waarmee ik in gesprek was.

Soms vraag ik mij dat ook wel af, maar onlangs kreeg ik weer een bevestiging die mij de moed geeft om door te gaan. Een jongen van vijftien had, na slechts enkele gesprekken die ik met hem had gehad, tegen zijn mentrix gezegd dat hij zich eindelijk gehoord voelde. Hij was heel verbaasd geweest dat ik niet tegen hem had lopen zeuren dat hij toch vooral zijn best moest doen omdat het diploma zo belangrijk was. Ik had hem laten inzien dat school voor hem nooit nuttig zou worden als hij niet zelf ging halen wat hij nodig had, om de dingen te doen die hij belangrijk vond. Als hij de invloed die hij wél had op de situatie op school niet gebruikte, door in het verzet te blijven zitten. Hij zag nu dat hij alleen veranderingen voor elkaar kon krijgen met positief, actief gedrag.

Als de docenten dan niet ook zover zijn dat zij vanuit een ander kader kunnen kijken dan is dat geen stimulans om je in te zetten en positief en actief gedrag te tonen.

Als ik zulke berichten terugkrijg dan ben ik blij dat ik dit doe. Dat ik er aan bijdraag kinderen, en volwassenen, weer aan de gang te krijgen op een positieve manier. Een manier waarop ze weer wat van hun leven willen maken en de frustratie een uitweg heeft gevonden. Wie weet welke gruwelijke dingen ik daarmee heb helpen voorkomen.

En een druppel op een gloeiende plaat? De man in de film ‘Hotel Rwanda’ heeft 1283 mensen naar de vrijheid geleid. Bekeken vanuit de hoeveelheid slachtoffers lijkt dat niet veel, maar als hij de durf niet had gehad om zijn nek uit te steken, dan hadden deze 1283 mensen niet kunnen werken aan een betere wereld.

Want daar hoop ik dan op, dat mijn werk zich als een inktvlek uitbreidt en er steeds meer mensen wél goed voor elkaar gaan zorgen. Dan is de schaamte ietsje minder…

Esther-Marieke, ©2008