Hoogbegaafdheid bij kinderen

Hoogbegaafdheid bij kinderen is eindelijk een onderwerp waar we niet meer geheimzinnig over hoeven te doen. Hoewel we er nog lang niet zijn, mogen we constateren dat er in de afgelopen paar jaar heel veel veranderd is. In 2005, toen ik voor het eerst op het ministerie van onderwijs kwam om te praten over een aparte school voor hoogbegaafde kinderen, was er nog geen gehoor voor te vinden, ik werd nog net niet uitgelachen. Twee jaar later zat ik er weer, 2 nieuwe directeuren, en werd er een voorzichtige opening geboden. Als ik dat dan zo nodig wilde moest ik maar zien of ik een school kon vinden die binnen de grenzen van de wet wilde meewerken, èn ik moest niet rekenen op extra geld, dat was er niet. Ik vond al snel een school, het Olympus College te Arnhem, en de kop was er af. De initiatieven groeiden heel snel en nu zijn er gelukkig vele speciale klassen, afdelingen en scholen en is er zelfs subsidie. In Arnhem zitten nu op de afdeling OPUS jaarlijks zo’n 200 kinderen, veel meer is praktisch gezien niet mogelijk. Hoe snel kan het gaan. Het moeizame werk dat door zeer gemotiveerde mensen al lang voor mij, samen met mij of los van elkaar is gedaan, heeft eindelijk resultaat. We zijn er nog lang niet, maar de omslag is gemaakt.

Ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid?

Gelukkig is er steeds meer aandacht voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid. Men spreekt van een ontwikkelingsvoorsprong als een kind voorloopt qua ontwikkeling op zijn leeftijdsgenoten. Men heeft het over een ontwikkelingsvoorsprong omdat men er van uitgaat dat die voorsprong weer kan verdwijnen.
Bij hoogbegaafde kinderen is dat echter nooit het geval. Wel kunnen ze gaan onderpresteren en zich laten ‘terugzakken’ naar een lager niveau, maar op andere vlakken blijft er toch een voorsprong bestaan. De punten waarop ze zich laten terugzakken zijn meestal niet echt verdwenen maar gecamoufleerd. Bij intelligentietesten wordt er gemeten hoeveel een kind voorloopt op het gemiddelde van zijn leeftijd. Bij hoogbegaafde kinderen is er vaak sprake van jaren voorsprong.

Het effect daarvan drong pas goed tot mij door toen ik onder ogen kreeg dat mijn dochter van toen net 11 jaar, het intelligentieniveau had van een gemiddelde puber van 17 jaar. Ze kon dus hetzelfde begrijpen als een 17 jarige, mistte alleen de skills en ervaring om het ook in een bijna volwassen perspectief te plaatsen, en speelde ondertussen nog als een gezellig kind paardje op het schoolplein. Toen ging ik pas echt begrijpen hoe complex de situatie is en wat wij kinderen aandoen door niet meer flexibel te zijn in wat we hen aanbieden.

Andere omgangsnormen en interesses…

Eén van de hardnekkigste vooroordelen over intelligente kinderen is dat zij pushende ouders hebben. Slechts weinig mensen beseffen voldoende dat ouders van deze kinderen hun handen al vol hebben aan het tegemoet komen aan wat deze kinderen zelf al aan de dag leggen. Een enkele uitzondering daargelaten, is het niet nodig hoogbegaafde kinderen van dit moment te pushen omdat ze heel goed weten wat zij zelf willen. Dit in tegenstelling tot hoe de volwassen hoogbegaafden van dit moment zich vaak als kind voelden. Als volwassenen zijn wij opgegroeid met een aantal patronen en denkbeelden en hebben er veel moeite mee om deze los te laten.

Een paar kritische vragen

Waarom mag een kind niet sneller door het onderwijs heengaan? Wie heeft dat bedacht?
Waarom moet een kind met zijn eigen leeftijdsgenoten omgaan? Wie heeft dat bedacht?
Waarom mag een kind niet op 3 jarige leeftijd al leren lezen? Wie heeft dat bedacht?
Waarom moet een kind zijn leertempo aanpassen aan de rest van de klas? Wie heeft dat bedacht?
Waarom moet een kind leren wachten op anderen die langzamer zijn? Wie heeft dat bedacht?
Waarom is een kind een wijsneus als hij al op jonge leeftijd geïnteresseerd is in het ontstaan van de aarde en het heelal?
Waarom mag een kind niet trots zijn op zijn talenten?
Waarom wordt een kind beoordeelt op wat hij niet kan (de fouten tellen bij een proefwerk, dikke rode strepen op je blaadje, slechte cijfers op je rapport) in plaats van wat hij wel kan (je hebt 20 van de 30 woordjes goed vertaald, een dikke pluim!, fouten corrigeren kun je ook met groen en op het rapport aangeven wat je bereikt hebt is veel stimulerender)?
Enzovoort….enzovoort….

Op al deze vragen kunnen we maar moeilijk een werkelijk gefundeerd antwoord bedenken. De redenen waarom wij als volwassenen deze overtuigingen hebben, zijn meestal gebaseerd op oud materiaal, onbewuste angst voor het onbekende en op aangeleerde waarden en normen. De ideeën zijn vaak al decennia geleden ontstaan, op grond van wat ‘deskundigen’ van toen dachten. Als we nagaan dat scholen zoals wij ze nu kennen eigenlijk pas een jaar of honderd bestaan, wat niets is op het bestaan van de mensheid, hoe weten we dan zo zeker dat we het goed doen? We gaan voorbij aan het feit dat kinderen in vroeger eeuwen vaak in een meester-gezel verhouding terecht kwamen, daar van de grond af aan een vak leerden, en dat heeft eeuwen zo gefunctioneerd. Nu in enkele decennia tijd doen we alsof we de wijsheid in pacht hebben met betrekking tot hoe we kinderen moeten laten leren. Op grote scholen, op leeftijdsniveau, allemaal min of meer hetzelfde. Iedereen moet zo veel mogelijk weten, terwijl we in ons achterhoofd allang beseffen dat dat helemaal niet meer kan, dat is niet meer bij te benen.

Maar de wereld is aan het veranderen en de vraag in deze nieuwe tijd is of wij nog willen leven naar de opvattingen van de afgelopen 100 jaar of dat wij eerlijk zijn en gaan voor een optimale ontwikkeling van ieder individueel kind. Terug van massale klassen en iedereen leert min of meer hetzelfde, naar educatie afgestemd op de persoon, naar doen waar je goed in bent. Terug naar de vrijheid van keuze in plaats van strenge wet- en regelgeving waar je voor moet buigen. Kleine scholen met een bepaalde specialiteit, zoals de meester in de meester-gezel verhouding, die die kennis overdraagt, en iedereen kan zelf kiezen hoe hij zijn educatie wil vormgeven, wat hij wil leren, waar zijn hart naar uitgaat. Een kind dat een goed beeld van zijn eigen kunnen heeft, leert om te gaan met de wensen van de maatschappij vanuit zijn eigen zelfvertrouwen. Een kind dat een positief zelfbeeld heeft, zal heel wat toleranter zijn dan een kind dat nooit tot zijn recht is gekomen en zich het grootste deel van zijn jeugd niet gelukkig heeft gevoeld. Ook hoogbegaafde kinderen hebben een heel hoog bewustzijn en de impact van wat zij in hun jongste jaren leren is dus heel groot. Het bepaald voor een groot deel de rest van hun leven. Laat er niet mee sollen, neem je kind serieus en neem je verantwoordelijkheid als ouder. Ga op rustige, doordachte, liefdevolle wijze halen wat je kind nodig heeft. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

Het hoge bewustzijn

Ook voor kinderen geldt dat hoogbegaafdheid veel meer is als goed kunnen leren. Ook voor hen gelden de 5 gaven van hoogbegaafdheid. En dus geldt ook voor hen dat het hoge bewustzijn maakt dat ze zijn wie ze zijn en doen wat ze doen. Meer informatie hierover leest u hier.

Erfelijkheid en omgeving

Intelligentie is aangeboren. Het wordt niet bepaald door één specifiek gen maar is vastgelegd in een groep genen. De combinatie van de doorgegeven genen van vader en moeder bepaalt de potentiële intelligentie van een kind. Of de intelligentie ook (volledig) tot ontwikkeling komt hangt af van omgevingsfactoren. Het gezin waarin een kind opgroeit is heel bepalend voor de ontwikkeling. Wordt de leergierigheid van het kind gestimuleerd of geremd? Ook de schoolloopbaan en wijze zijn mede bepalend voor de ontwikkeling van het kind. Is het een theoretisch lerend kind of leert het liever in de praktijk? Mag het op school laten zien wat het kan of moet het zich gedurende jaren aanpassen aan het gemiddelde? Ik herinner mij mijn schooltijd vooral als een hele lange periode van wachten en heel veel energie stoppen in het begrijpen van wat ik moest doen om er bij te horen. Zoveel energie dat er van hoge cijfers halen geen sprake was. Later begreep ik dat ik een praktisch lerend kind was, een lts op vwo niveau was er echter niet.
Er is een kleine groep hoogbegaafde kinderen die in staat zijn, tegen alle stromen in, hun talenten op eigen kracht volledig te ontwikkelen, maar dat zijn uitzonderingen. Bovendien hebben zij vaak weer op andere terreinen belemmeringen waar zij tegenaan lopen. Helaas, helaas, ben ik nog niet één hoogbegaafde tegen gekomen wiens leven altijd al rozegeur en maneschijn is geweest. Kennelijk is dat niet de normale gang van zaken in dit leven.

Vroege herkenning

Een ontwikkelingsvoorsprong kan al vanaf de babytijd merkbaar zijn, ze wordt alleen vaak niet herkend. Zeker als het een eerste kind betreft valt het je niet zo op dat je baby sommige dingen wel heel snel oppikt. Of je redeneert andersom, die andere baby zal wel een beetje achterlopen. Veel ouders beseffen niet dat hun kind hoogbegaafd kan zijn, vaak zijn er meerdere (hoog)begaafde kinderen binnen één gezin en herkennen ze veel van zichzelf in hun kinderen, zodat zij weinig tot geen vergelijkingsmateriaal hebben. Alles wat het kind doet is voor hen heel gewoon.

Het is belangrijk meer- en hoogbegaafdheid in een vroeg stadium vast te stellen. Het kan een verklaring geven voor veel zaken waar je met je baby, peuter of kleuter tegenaan loopt. Op het kinderdagverblijf konden mijn kinderen de puzzels die iedere dag op tafel lagen aan het begin van de dag, al snel dromen. Zonder iets te weten over hoogbegaafdheid nam ik zelf maar moeilijker puzzels mee, met grotere hoeveelheden stukjes. Toen vonden ze het gelukkig niet meer zo erg om de ochtend met puzzels te beginnen.
Een goede begeleiding vanaf de eerste schooldag, en het kiezen van een school met interesse in deze zaken, kan veel problemen in de toekomst voorkomen. Op dit moment zijn er nog veel te veel hoogbegaafde kinderen die onderpresteren, zich terugtrekken in zichzelf, afstromen, met andere leerstrategieën die niet aangesproken worden, zich vervelen en niet leren leren. Dat dat gedurende de hele schooltijd zijn invloed kan hebben, heb ik helaas van heel dichtbij mogen meemaken. Ontzettend trieste verhalen heb ik te horen gekregen bij de intakegesprekken voor de hoogbegaafdenafdeling OPUS en ook mijn eigen kinderen hebben vanaf groep 1 al een haat-liefde verhouding met het schoolsysteem gehad. Met veel pijn en moeite hebben we de verplichte schoolperiode nu achter de rug, ze hebben een tussenjaar genomen om alles van zich af te schudden. Nu kunnen ze hun eigen keuzes gaan maken.

Specifieke problematiek

Hoogbegaafde kinderen hebben specifieke problemen. Deze problemen trekken zich echter weinig aan van een IQ-getal dat door ons volwassenen is vastgesteld. Kinderen die als hoogbegaafd geclassificeerd worden hebben er nog een paar extra struikelblokken bij, vergeleken met een niet-hoogbegaafd kind.
Bovendien zitten er tussen hoogbegaafden ook weer grote verschillen in niveau wat extra of andere problemen kan geven. Een hoogbegaafde met een IQ van 132 is niet te vergelijken met iemand met een IQ van 150 of meer. Daarnaast is er een groot onderscheid tussen hoogbegaafden die vooral ingesteld zijn op praktisch leren (doe het mij 1x voor en ik doe het na) of theoretisch leren (uit de boeken). Een vorm van praktijkonderwijs voor kinderen met een hogere intelligentie ontbreekt nog tot op de dag van vandaag.

Anders dan anderen

Een groot deel van deze kinderen heeft andere aandacht nodig, andere opvoedingsmethoden, andere omgangsnormen. Met de directe omgeving is het vaak moeilijk praten omdat zij weinig begrip tonen en zich ook nauwelijks kunnen voorstellen hoe het is om met deze slimme kinderen met een heel hoog bewustzijn, samen te leven.
Bovendien verschillen deze kinderen allemaal van elkaar en is een kind met een IQ van 130 niet te vergelijken met een kind met een IQ van 145. Toch zijn ze beide op hun eigen manier bijzonder en hebben hun eigen eigenaardigheden.

Problemen die meer- en hoogbegaafde kinderen kunnen tegenkomen zijn onbegrip, zich niet thuis voelen tussen leeftijdsgenootjes, tegenwerking vanuit de school waardoor de ontwikkeling stagneert, druk gedrag door een overvloed aan energie die zij onvoldoende kwijt kunnen, slaapproblemen, aandachtstoornissen en concentratieproblemen door verveling, kinderen worden als wijsneus bekeken door hun grote honger naar kennis, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Al deze zaken hebben vaak een zeer negatief effect op het zelfbeeld dat deze kinderen hebben. Meestal pas in een heel laat stadium, vaak pas als zij al volwassenen zijn, komt het besef dat de manier waarop zij in elkaar zitten eigenlijk heel erg de moeite waard zou moeten zijn en veel voordelen zou kunnen hebben. Het zelfbeeld kan dan alleen met heel veel tijd en moeite bijgesteld worden. Vooral meisjes die toch al veel minder snel (h)erkend worden, omdat ze zich meestal keurig aanpassen aan hun omgeving, hebben daar erg veel last van. Maar ook jongens trekken zich vaak terug in hun eigen wereld omdat ze geen grip krijgen op de wereld om hen heen.

Het eindeloze vragen stellen is enorm boeiend maar ook heel vermoeiend. Weinig slapen of juist heel veel, terwijl de boekjes je iets anders voorspiegelen, brengt twijfels en toch weet je dat je je kind goed verzorgt. Wat is er dan loos?

Volgens de boekjes moet een baby het grootste deel van de dag in bed doorbrengen, maar dat wil je kind duidelijk helemaal niet, het is nieuwsgierig en wil niks missen van wat er om hem heen gebeurt. Wat nu?
Je dochter van 14 is helemaal van slag omdat haar beste vriendin iets heeft gedaan wat ze nooit verwachtte. Ze heeft haar vertrouwen in de mensheid volledig verloren. Hoe help je haar dat vertrouwen herwinnen?
Toen hij klaar was met de basisschool op 11 jarige leeftijd, dacht je zoon dat hij nu eindelijk wat ging leren. In het tweede jaar van de middelbare school blijft hij zitten en haalt de slechtste cijfers van de klas. Hoe ga je daar mee om?
Als 4 of 5 jarige wil je kind graag leren lezen, moet je hieraan toegeven of probeer je het te ontmoedigen omdat het anders op school niets meer te leren heeft?
Je kind is 6 jaar en herkent in ronddraaiende snippers de ‘middelpuntvliedende kracht’ waar hij zojuist over gelezen heeft. Het onbegrip op de gezichten om je heen…, wat moet je er mee?
Enzovoort, enzovoort…

Tot op heden is er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het gezonder is voor een kind als het geremd wordt in zijn ontwikkeling. Als je het niet biedt wat het vraagt. Niemand heeft ooit aangetoond dat kinderen zich dan in een later stadium beter ontwikkelen.
Sterker nog, alles wijst er op dat kinderen die geremd worden in hun ontwikkeling zich erg ongelukkig voelen en geestelijk en lichamelijk last krijgen van deze beperking. Kinderen die niet gestimuleerd worden zich te ontwikkelen, ontwikkelingen zich in een later stadium nog maar in beperkte mate en hebben er erg veel problemen mee in een later stadium de achterstand als nog in te halen, voor zover dat nog mogelijk is.

Begeleiding

Herkenning leidt niet altijd tot adequate begeleiding. Na herkenning gaan ouders vaak wel op zoek naar meer informatie en proberen hun opvoeding aan te passen aan het kind. Op school, zowel basis als middelbaar, blijft een goede begeleiding helaas nog vaak achterwege. HBO en Universiteit besteden er überhaupt nog nauwelijks aandacht aan. Maar steeds meer scholen durven inmiddels de problematiek rond meer- en hoogbegaafde kinderen serieus te nemen. Ze gaan over tot het opstellen van een langdurig behandelplan en brengen deze ook zo goed mogelijk in de praktijk. Alles staat en valt met de docent die het kind begeleidt. Helaas gaan de meeste scholen niet verder dan met hier en daar wat aan te passen in de lesstof en voor het overige uit te gaan van de vooronderstelde zelfredzaamheid van intelligente kinderen. Ouders blijven dan ook vaak na herkenning met lege handen staan in een wereld vol (voor)oordelen. Bovendien houdt het vaak dus op met het stimuleren van het intelligentie-aspect van hoogbegaafdheid, terwijl het zoveel meer is dan dat. Alleen maar kennis in het kind stoppen is niet de oplossing van alle problemen.

Een klein percentage ouders proberen na de (h)erkenning van meer- of hoogbegaafdheid van hun kind, de problemen het hoofd te bieden door veel rekening te houden met wat de maatschappij van hun kinderen wil. Zij stimuleren de begaafdheid weinig, of proberen hem te remmen, zijn tegen het overslaan van klassen en proberen hun kinderen zich zoveel mogelijk te laten aanpassen aan het gemiddelde. Ze mogen niet ‘speciaal’ of een ‘buitenbeentje’ worden. Begrijpelijk, maar helaas levert dit vaak op lange termijn alsnog problemen op. Meestal wordt deze aanpak ingegeven door angst voor het onbekende, de reacties van anderen en onvoldoende kennis over de achtergronden van meer- en hoogbegaafdheid en de consequenties van demotivering. Een hoogbegaafd kind is nu eenmaal anders en dat ontkennen is eigenlijk het ontkennen van de aard van je kind. Wees dapper, want als je echt goed in je vel zit, valt het met de rest van de maatschappij heel erg mee. Een zelfverzekerd, positief mens kan rekenen op steun en gehoor, ook als hij of zij hoogbegaafd is.

Gesprekstechnieken

Er is zeer weinig geschreven over gesprekstechnieken voor gesprekken met kinderen. Over gesprekstechnieken die handig zijn voor het spreken met meer- en hoogbegaafde kinderen is helemaal weinig bekend. Het is bittere noodzaak dóór te praten met deze kinderen als je het eerste antwoord hebt gehad, omdat zij gewend zijn “wenselijke” antwoorden te geven. Zij zijn ingesteld op de verwachtingen die anderen van hen hebben. Als ervaringsdeskundige ben ik mij bewust van het feit dat het nodig is om niet te stoppen als je normaal gesproken zou denken dat je antwoord hebt gekregen. Wees alert op de boodschappen die zij niet uitspreken of soms maar door een enkel woord geven. Het kind zelf kan erg geholpen worden door een proces van bewustwording en acceptatie van het anders zijn.

Wanneer ze voortdurend ‘ik weet het niet’ gebruiken dan vraag ik wat ze zouden antwoorden als ze het wel zouden weten. Of ik spreek af dat ze geen ‘ik weet het niet’ mogen zeggen maar steeds een andere manier moeten verzinnen, ook dan komen er op den duur toch werkelijke antwoorden omdat ze zichzelf tijd gunnen om er over na te denken.

Paranormale gaven en spiritualiteit

Anders dan wij volwassenen, staan kinderen nog heel onbevangen tegenover paranormale verschijnselen en spirituele zaken. Veel hoogbegaafde kinderen worden door hun hoge bewustzijn ook met deze gaven geconfronteerd. Door de reacties van volwassenen leren zij dat het ‘abnormaal’ is. De meeste volwassenen reageren zo omdat ze dat zo geleerd hebben, daarin geconditioneerd zijn en zelf angstig zijn. Op dit moment is het aantal kinderen dat zich tegenover alle pogingen het te onderdrukken door volwassenen staande houd groter dan ooit. Ze zijn niet zo makkelijk meer van hun stuk te brengen en vertellen open en eerlijk over hun ervaringen, ook als ze ouder worden. In mijn ogen is dat niet voor niks. Zij laten ons volwassenen zien hoe het hoort, waar we naar toe moeten groeien. De verschijnselen zijn een onderdeel van het leven zelf en horen niet weggedrukt te worden. Als je kinderen krijgt ga dan dealen met je eigen angsten, twijfels en onzekerheden. De kans is groot dat je zelf met allerlei onderdrukte ervaringen zit en het is nodig die voor jezelf te erkennen en een plaats te geven, ze te ‘ontgroeien’. Wil jij dat je kind hetzelfde angsten gaat ontwikkelen als wij? Dat het moet leren dat paranormale gaven en spirituele zaken ‘eng’ zijn en een verborgen leven moeten leiden? Dat is nergens meer voor nodig. In de afgelopen paar jaar zijn ook op dit gebied vele taboes doorbroken. Wanneer jij er open over bent, geef je een ander de ruimte er ook open over te zijn. En dat kan tot hele mooie, waardevolle gesprekken leiden.

Ontwikkelingsgelijken

Een “peer” (op zijn engels uitgesproken “pier”) is een persoon, een vriend of vriendin, die met jou op hetzelfde niveau staat, een ontwikkelingsgelijke. Leeftijd speelt daarbij geen rol. Een korte, prettige Nederlandse vertaling van het woord, dat precies uitdrukt wat je er mee bedoelt, is er eigenlijk niet. Peers zijn voor deze categorie kinderen niet makkelijk te vinden. Hun leeftijdsgenoten geven vaak geen aansluiting omdat zij elkaar niet begrijpen of met hele andere dingen bezig zijn. Daarom gaan ze veel om met kinderen die enkele jaren ouder zijn of juist met jongere kinderen die hun overwicht als normaal ervaren.
Als deze kinderen met een hulpverlener te maken krijgen is het wel zo prettig als dat iemand is die gewend is aan de bijzondere kenmerken van deze kinderen. Eén die niet gelijk roept dat het toch wel nodig is dat een kind met leeftijdsgenootjes speelt of dat hij wel mee moet doen met de “gewone” dingen.

Hoogbegaafd in het onderwijs

Onderpresteren

Een snelle leerling wordt gelukkig steeds vaker herkend als hoogbegaafd, maar nog lang niet allemaal. Het onderwijs is een inhaalslag aan het maken als het om de kennis over hoogbegaafdheid gaat en dat gaat inmiddels in een hoog tempo. Een heel groot deel van deze kinderen ondervindt problemen tijdens het doorlopen van de basisschool. Onderpresteren (het niet laten zien wat je kan als gevolg van demotivatie) kan ook al in de laagste klassen van de lagere school een aanvang nemen. Een intelligent kind ziet dan al de voordelen die het biedt om je aan te passen aan de groep. Of past zich aan omdat het denkt “dat het zo hoort”. Of trekt zich na een negatieve ervaring in zichzelf terug. Ook al ligt de intelligentie hoog, het kind zal zijn ‘plafond’ niet laten zien, omdat het heel goed beseft dat dit problemen gaat geven in de groep of dat het niet geaccepteerd wordt door volwassenen.
Wanneer een kind zich aanpast omdat het echt graag bij de groep wil horen, dan is daar in de praktijk vaak weinig aan te doen. Zolang het kind goed in zijn vel zit en meekomt met de klas is er ook geen werkelijke reden om hier verandering in aan te brengen, anders dan het plezieren van anderen (vader, moeder, leerkracht). Vaak gaan deze kinderen vanzelf weer beter functioneren op het moment dat de invloed van de groep afneemt of zij hun eigen doelen helder krijgen.
Hoogbegaafde kinderen kunnen al in een veel vroeger stadium de sociale structuren van volwassenen doorzien, al begrijpen ze de achterliggende oorzaken niet en missen ze de volwassen tools om alles in het juiste perspectief te plaatsen. Vaak zijn ze nog wel kinderlijk naïef, willen nog graag uitgaan van het goede in de mens en dat geeft grote verwarring.

Soms kunnen enkele opmerkingen van een leerkracht of medeleerling voldoende zijn om een kind volledig de zin tot presteren te ontnemen. Helaas is dat nog dagelijks aan de orde op vele scholen. Kinderen die te horen krijgen dat een spreekbeurt niet door henzelf opgesteld kan zijn omdat het niveau zo hoog ligt, of opmerkingen dat ze te veel aandacht vragen met hun eeuwige honger naar informatie, zijn nog aan de orde van de dag. Docenten die het moeilijk vinden als leerlingen meer lijken te weten dan zijzelf, zijn zich niet bewust van hun eigen onzekerheid en reageren dat op de kinderen af, terwijl hoogbegaafde kinderen dit vaak heel goed aanvoelen. Ook leerlingen die duidelijk laten merken dat je een buitenbeentje bent als je bereid bent hard te studeren of een bijzonder onderwerp interessant vindt, kunnen voor ingrijpende attitudeveranderingen bij een zeer intelligent kind zorgen.
Het is zaak hier zo snel mogelijk aandacht aan te schenken. Wanneer het onderpresteren een patroon gaat worden is het vele malen moeilijker om het tij te keren. Dit kan vergaande gevolgen hebben voor de verdere schoolloopbaan. Afstromen van Gymnasium/Atheneum naar Havo of zelfs VMBO zijn echt geen uitzonderingen.

Door onwetendheid is er nog steeds een hele grote groep die helemaal niet herkend wordt, meestal als gevolg van onkunde van de omgeving of onderpresteren door het kind.
Er zijn geen cijfers bekend met betrekking tot de gevolgen die het heeft in het verdere leven, als volwassene, wanneer de hoogbegaafdheid tijdens de jeugd niet (h)erkend is, wel is bekend dat de gevolgen vaker dan gemiddeld desastreus kunnen zijn. Een hoger percentage dan gemiddeld proberen vroegtijdig een einde aan hun leven te maken, suïcide te plegen. Kinderen bij wie het onderpresteren niet herkend wordt of die zich prima lijken aan te passen, en zo hun problemen weten te verbloemen, worden niet gemeten en informatie of opleiding over hoe hier mee om te gaan is er dan ook niet.

De sociale-, emotionele en cognitieve ontwikkeling

Zeker binnen het onderwijs wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind als excuus gebruikt om een kind te remmen in zijn cognitieve ontwikkeling, zeker op de kleuterleeftijd. En dat terwijl de sociale ontwikkeling (omgang met anderen), de emotionele ontwikkeling (omgaan met je eigen gevoelens) en de cognitieve ontwikkeling (de snelheid waarmee je nieuwe dingen leert, de manier waarop je leert en hoe je nieuwe zaken verwerkt) drie heel verschillende dingen zijn en zeker niet in een adem genoemd zouden moeten worden. Ze kunnen zich alle drie in een totaal ander patroon ontwikkelen en horen dus niet aan elkaar geplakt te worden.

In de praktijk blijkt echter steeds weer dat de remming van de cognitieve ontwikkeling ook grote gevolgen heeft voor de sociale- en emotionele ontwikkeling van een kind. De sociale ontwikkeling kan stagneren omdat het kind al heel vroeg gedwongen wordt met leeftijdsgenootjes om te gaan die niet passen bij zijn eigen ontwikkeling. Noodgedwongen gaat het kind zich meestal “kinderachtiger” gedragen om bij de groep te horen. Maar dat is dan ook weer niet goed, want dan past zijn sociale gedrag weer niet bij zijn cognitieve ontwikkeling en loopt hij dus “achter”.

Omdat deze kinderen zich heel erg bewust zijn van hun omgeving, ontzettend gevoelig zijn (voor interne- en externe prikkels), empatisch zijn en vaak oorzaak en gevolg al vroeg kunnen zien, kunnen zij veel emotioneler reageren op omstandigheden dan hun leeftijdsgenootjes. Ze ‘voelen’ vaak pijn en verdriet van anderen of kunnen zich er in ieder geval goed in inleven. Ze huilen daardoor soms sneller, heftiger of raken zelfs erg van streek wanneer er vervelende dingen gebeuren. Onrechtvaardigheid in gedrag van andere kinderen en vooral ook volwassenen kan leiden tot heftige reacties. Hoogbegaafden hebben een (erg) hoog ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en zien dat steeds uitgedaagd door onrechtvaardige behandeling. Als jij zelf nooit het zandkasteel van een ander stukmaakt omdat je begrijpt dat dat niet leuk is, dan kan het als wereldgeweld lijken als jouw kasteel wel lachend in elkaar wordt geschopt. Ook dit kan weer uitgelegd worden als “kinderachtig” door mensen die onvoldoende op de hoogte zijn van deze kenmerkende eigenschappen.

De cognitieve ontwikkeling loopt voor de meeste hoogbegaafde kinderen in een volledig afwijkend patroon. Ze lopen vaak jaren voor op hun leeftijdsgenootjes, leren zichzelf op allerlei manieren vaardigheden aan en kunnen zeer diep in onderwerpen duiken die ze interessant vinden terwijl je bezighouden met iets wat niet boeit een lijdensweg kan worden waar ze lang last van hebben.
Er zijn dan ook geen standaarden voor te geven. Van groot belang is ieder kind individueel te observeren en uit te dagen. Met observatie kan zo ontzettend veel duidelijk worden, maar meestal nemen we de tijd er niet voor, hebben het geduld niet, of vullen graag voor de ander in. Iedereen zit in dergelijke patronen en het is aan ons volwassenen om daar bovenuit te stijgen. Het anders te doen. Net als dat zij heel veel dingen anders doen.

Schoolbegeleiding

Gaat je kind niet graag naar school?
Daar kunnen heel veel oorzaken voor zijn. Het huidige onderwijssysteem staat op dit moment hevig ter discussie. Het onderwijs op de basisschool heeft de laatste jaren veel veranderingen ondergaan.  Veel scholen lijken zich wel aan te willen passen, steeds meer leerkrachten in het basisonderwijs doen aanvullende cursussen maar er zijn weinig of geen extra gelden beschikbaar. En de klassen zijn te groot voor werkelijke individuele begeleiding. Nog moeilijker wordt het op de middelbare school. Daar is differentiatie alleen naar schoolsoort te maken. Binnen het onderwijsniveau zelf wordt er niet of nauwelijks gedifferentieerd. Ook zijn de gesprekken met docenten nog lastiger, de school is een afgesloten systeem geworden, als ouder ben je nauwelijks nog betrokken bij het onderwijs van je kind. De 10 minuten gesprekken bieden daarin geen soelaas. Dit geeft niet alleen bij hoogbegaafde kinderen veel problemen.

Regelmatig lopen ouders vast in het gesprek met school. Vaak voelen de leerkrachten zich aangevallen of neemt de schoolleiding een houding aan die door de ouders wordt ervaren als ‘alwetend’. Hierdoor stokt de communicatie al snel en komen zowel de school als de ouders er niet uit. De strenge wet- en regelgeving zet ouders volkomen vast. Soms bestaat er geen andere mogelijkheid dan een kind van school te laten veranderen. Dit zijn voor ouders hele zware beslissingen. Je wilt echt het gevoel hebben er alles aan gedaan te hebben voor je deze stap neemt. Een mogelijkheid is een derde aanwezig te laten zijn bij de gesprekken tussen school en ouders. Door de school als onafhankelijke derde informatie te verstrekken, stelt men hen in de gelegenheid zonder dat zij zich aangevallen hoeven voelen of zich hoeven verdedigen, de positie van de school nader te bepalen en misverstanden te voorkomen.
Maar soms is dat niet genoeg. Trek je dan niets aan van oordelen van anderen en verander van school, al is het een aantal keren. Als het kind er zelf achter staat levert dat echt niet zoveel problemen op als wordt gesuggereerd. Juist het moeten blijven zitten waar je je niet fijn voelt, levert trauma’s op. Zowel mijn beide kinderen als ik, hebben op 3 basisscholen en 3 middelbare scholen gezeten. Voordeel wat het ons heeft opgeleverd is dat we flexibel geworden zijn, niet bang ben voor zulke stappen en geleerd hebben een plekje te veroveren in een nieuwe groep. Alle 3 kijken we er op terug als iets wat noodzakelijk was. Niet fijn, niet erg, maar neutraal, het is wat het is.

Belangrijk rapport over versnelling

In 2005 is er een 300 pagina’s dik rapport uitgekomen in Amerika waarin heel veel onderzoeken en wetenschappelijke kennis over versnelling is verzameld. Verschillende grote centra voor begeleiding van hoogbegaafde kinderen hebben hierin samengewerkt. Het rapport is bekrachtigd door de NAGC (National Association of Gifted Children, een hele grote non-profit organisatie voor ouders, leerkrachten en anderszins geïnteresseerden in Washington).
De conclusies uit dit rapport duiden er op dat versnelling (sneller door de lesstof heengaan, klassen overslaan en vervroegd naar vervolgonderwijs), het tot dusver meest succesvolle instrument is voor hoogbegaafde kinderen. Slechts in een gering aantal gevallen gaat de versnelling niet goed. Meestal ligt hier onvoldoende overleg tussen ouders en school, verkeerde verwachtingen en een verkeerde timing aan ten grondslag.

Hoogbegaafd in de hulpverlening

Hulpverlening

Steeds meer hulpverleners leren wel uit een boekje iets over meer- of hoogbegaafdheid, maar kunnen niet uit ervaring spreken, weten niet hoe het in het leven van alledag voelt om met meer- en hoogbegaafde kinderen om te gaan. Wees dus zorgvuldig in wie je kiest ter begeleiding van je kind.
De gespecialiseerde hulpverleners gaan er steeds meer toe over geen IQ-waarde vast te stellen maar een indicatie te geven en een leer- en leefadvies samen te stellen om te voorkomen dat er te hoge verwachtingen ontstaan en er eisen aan het kind gesteld worden die het niet kan waarmaken. En omdat het werkelijke IQ getal absoluut niet maatgevend is voor de manier waarop een kind zich ontwikkeld. Hoogbegaafdheid draait ook helemaal niet alleen om het IQ, het heeft veel meer aspecten en is binnen de hulpverlening nog heel erg veel werk in te verzetten. Luister naar je eigen hart, je gevoel. Als een hulpverlener niet klikt met je kind, dan zoek je verder.
Er bestaat op dit moment geen IQ-test in Nederland die echt geschikt is om hoogbegaafdheid vast te stellen. De meest geschikte test naar mijn kennis en ervaring is de SON. Een non-verbale test zonder tijdsdruk van de A-categorie terwijl de WISC, de meest gebruikte test, van de mindere B-categorie is.  De SON wordt helaas maar door weinig testinstituten en hulpverleners gebruikt. Hou in de gaten dat een testinstituut een commerciële organisatie is en belang heeft bij het afnemen van testen. Ook hier speelt geld dus een grote rol.

Ik ben geen voorstander van een kind in therapie, maar soms kan het nodig zijn enkele malen met een kind te spreken of spelletjes te doen om inzicht te krijgen in de problemen die spelen. Liever spreek ik met de ouders over manieren waarop de leefwereld van het kind gewijzigd kan worden. Vaak verandert het kind dan onbewust mee.

Als ouder kan ik jou heel goed helpen met je eigen proces en problematiek. Als je toch op zoek bent naar begeleiding specifiek voor je kind dan kan ik je met een gerust hart doorverwijzen naar de praktijk van Karin Monster-Peters. Zij is ook al jaren expert in het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en heeft dat stuk veel meer in de vingers dan ik. Je kan haar gegevens vinden op www.kinderpraktijkwijchen.nl